Ga naar hoofdinhoud

Polsstokspringen regels

Op deze pagina vind je een overzicht van de officiële regels bij het polsstokspringen. De regels zijn gebaseerd op het wedstrijdreglement van de Atletiekunie en de technische regels van World Athletics.


Officiële regels

1. Voor de sprong

  • Aanloop: Atleten mogen hun eigen aanloop kiezen binnen het toegestane aanloopvlak. De aanloopbaan is minimaal 40 m lang (bij topwedstrijden 45 m) en 1,22 m breed.
  • Polsstok: De atleet moet zijn eigen polsstok gebruiken, die moet voldoen aan de regels (lengte, gewicht, materiaal). De stok moet vooraf worden goedgekeurd.
  • Hoogte: De hoogte wordt bepaald door de wedstrijdorganisatie en stijgt tijdens de competitie (meestal in stappen van 2 cm bij senioren).

2. Tijdens de sprong

  • Aanloop: De atleet neemt een aanloop naar de box (plantbak).
  • Plant: De polsstok moet correct in de box worden geplaatst.
  • Over de lat: De atleet moet over de lat springen zonder deze van de steunen te laten vallen. De lat aanraken is toegestaan zolang hij op de steunen blijft liggen — net als bij hoogspringen.
  • Polsstok loslaten: Het is normaal en toegestaan om de polsstok tijdens of na het passeren van de lat los te laten. Een poging is wel ongeldig als de atleet de polsstok in de vlucht loslaat en daarna de lat aanraakt of laat vallen.
  • Landing: De atleet moet veilig landen op de landingsmat.

3. Landing en geldige sprong

  • Geldige sprong: Een sprong is geldig als de lat na de landing nog op de steunen ligt — ook als de atleet de lat tijdens de sprong heeft aangeraakt.
  • Landingsmat: Minimaal 6 × 6 × 0,8 m, met een voorzone van minimaal 2 m voor de mat.

4. Fouten — wanneer is een poging ongeldig?

SituatieGevolg
Lat laat vallenDe lat valt van de steunen door de actie van de atleet.
Onder de lat doorDe atleet gaat onder de lat door.
Grond voorbij de boxDe atleet raakt vóór het passeren van de lat de grond voorbij het stopbord aan (tenzij geen voordeel, terwijl de stok wordt vastgehouden).
Polsstok + latDe atleet laat de stok los in de vlucht en raakt daarna de lat aan of laat deze vallen.
Hand boven handNa de afzet wordt de onderste hand boven de bovenste hand geplaatst.
Lat terugleggenDe atleet legt de lat tijdens de sprong terug op de steunen.
Stok aanraken na loslatenNa het loslaten van de stok mag niemand de stok aanraken (tenzij de lat daardoor van de steunen zou vallen).
Tijd verstrekenGeen poging binnen de toegestane tijd.
Stok breektTelt als materiaalfout, geen foutsprong — de atleet krijgt een vervangende poging.

5. Wedstrijdverloop

  • Drie pogingen per hoogte: Elke atleet heeft drie pogingen per hoogte.
  • Passen: Atleten mogen een hoogte passen; dat telt niet als mislukte poging.
  • Uitgeschakeld: Na drie opeenvolgende mislukte pogingen (op welke hoogte dan ook) is de atleet uitgeschakeld.
  • Gelijk spel: Zelfde tie-breakregels als bij hoogspringen. Bij barrage gaat de lat bij polsstokspringen 5 cm omhoog of omlaag (niet 2 cm zoals bij hoogspringen).

6. Aanloop afbreken

Net als bij hoogspringen mag je je aanloop afbreken zolang je niet plant en geen regel overtreedt. Pas vanaf het moment van planten telt de poging.


Trainingsadvies

  • Aanlooplengte: In training gebruiken atleten vaak 12–20 stappen; de officiële aanloopbaan is veel langer (min. 40 m).
  • Rechte aanloop: In de praktijk nemen de meeste polsstokspringers een zo recht mogelijke laatste meters naar de box.

Leeftijdscategorieën (Atletiekunie)

Sinds 1 januari 2026 geldt de leeftijdsindeling op basis van het kalenderjaar. Polsstokspringen wordt bij jeugd meestal aangeboden vanaf U14/U16, met aangepaste hoogtes en materialen.

CategorieOpmerking
U14–U16Vaak vereenvoudigde regels; zie Atletiekunie-boek
U18 / SeniorenVolledige World Athletics-regels

Raadpleeg regels.atletiekunie.nl voor actuele jeugdbepalingen.


Bronnen en disclaimer

Deze pagina is gebaseerd op het wedstrijdreglement van de Atletiekunie (versie 2026-02) en de technische regels van World Athletics.

Let op: Clubwedstrijden kunnen afwijkende programma's hanteren. Bij twijfel: vraag de wedstrijdleider.